RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Onze naaste is ieder mens, in het bijzonder die onze hulp nodig heeft." - Maarten Luther


De Preek van zondag Oculi 4 maart 2018

E-mailadres Afdrukken

Johannes 2:13-25

Wie een luthers Dagboek opslaat voor de teksten op 31 oktober ziet daar sinds jaar en dag als evangelielezing dit verhaal uit Johannes 2 staan: de tempelreiniging.

Ik vind dat volkomen misplaatst, en zou iedereen op het hart willen drukken daar een dikke streep door te zetten. Misschien heeft men gedacht: ha, Luther was ook een soort Messias, die de bezem door de roomse kerk, want die draaide ook alleen nog om macht en geld.

het is een verschrikkelijk slecht idee om teksten te kiezen met het oog op deze of gene persoon. Áls je in de dienst iets in de lijn van Luther wil doen dan is dat het evangelie uitleggen, en dat gaat over Christus, en niet over Luther.

Bovendien worden we door die associatie met 31 oktober op het verkeerde been gezet, en verstaan we niet wat Johannes hier vertelt.

Het is in de geschiedenis van Israël niet de eerste keer dat op deze manier in de tempel schoon schip gemaakt wordt. Tweehonderd jaar eerder, in de tijd van de Makkabeeën, was door de bezetter een beeld van Zeus in de tempel gezet, en er waren varkens geslacht om te offeren.

Groter gruwel is niet denkbaar. Als de Makkabeeën Jeruzalem heroverd hebben moet heel de tempel gereinigd worden. Er is nog één flesje gewijde olie over, genoeg om de kandelaar 1 dag te laten branden. En dan geschiedt het wonder: de volgende dag is weer het kruikje vol, totdat er op de achtste dag nieuwe olie is bereid. De gedachtenis aan deze tempelvernieuwing is het Chanoekafeest, dat meestal ergens in december valt.

Zo weerspiegelt ook de tempelvernieuwing door Jezus iets van dat opnieuw beginnen. In de tempel kom je om God te ontmoeten, om te bidden, en de Schriften te bestuderen en uit te leggen. Je zou die bewerking van de Tien Woorden het resultaat van bijbelstudie in die tempel kunnen beschouwen: dit is wat je voor ogen moet hebben als het gaat om een leven in vrede en gerechtigheid, een leven in liefde en vreugde.

Ja, er werden ook offers gebracht in de tempel. Duifjes, lammeren, bokken, schapen. En er werd tempelbelasting betaald. Mogelijk was daarbij de bedoeling van de tempel ondergesneeuwd. Een handelshuis was 't geworden, een rovershol, zegt Marcus zelfs.

Johannes laat het verhaal dus lijken op het Chanoeka-feest.

Nou gebruikt Johannes voortdurend de joodse feesten in zijn evangelie.

Hier vlak voor staat de bruiloft in Kana. Daar gaat het over water, en wijn. En dát zijn precies twee elementen die op het Loofhuttenfeest zo'n belangrijke rol spelen. Op het tempelplein stroomde water over het altaar. Bovendien is loofhutten ook een feest van de oogst van de wijn. En de wijngaard is in de bijbelverhalen hét beeld van het goede leven in het beloofde land.

Na Loofhutten en Chanoeka komt in het voorjaar Pasen. Dát krijgt bij Johannes, en de andere evangelisten, de volle nadruk. Je, heel het evangelie is dáárop gefocust. In het Kana-verhaal al hoor je: mijn uur is nog net gekomen. En dat uur is het moment van de verhoging van Christus, aan het kruis, en tot heerlijkheid.

Johannes laat de tempelvernieuwing door Jezus dicht bij Pasen plaatsvinden. Het staat er nadrukkelijk: het Pascha, het joodse paasfeest, is nabij. En uiteindelijk wordt over de verrijzenis van zijn lichaam gesproken, al begrijpen de leerlingen dat op dat moment nog niet

En dan, op het paasfeest in Jeruzalem, volgt in Johannes 3 het verhaal van Nicodemus. Het is nacht. Er komt iemand met vragen.

Ach, wie zal niet denken aan de joodse paasnacht, de seider, als het een kind is dat vraagt waarom deze nacht zo anders is dan alle andere nachten. Vragen die de opmaat zijn voor het verhaal van uittocht uit het land van angst en nood en dood, het verhaal van de vreugde van de bevrijding, van het leven dat uit Gods hand geschonken wordt.

Nicodemus als het kind, en Jezus als de vader die vertelt over het nieuwe leven dat wij uit Gosds hand ontvangen.

Johannes laat verschillende joodse feesten meer dan eens terugkeren in zijn Evangelie. En het Paasfeest komt zelfs drie keer toe aan de orde, waarbij de derde keer uiteraard het beslissende paasfeest is van dood en verrijzenis.

De reactie van joodse mensen op Jezus' tempelvernieuwing is niet: hé, dat kan zomaar niet.

Ze zeggen: wat voor teken is dit? Wat betekent dit?

De dingen zijn niet zomaar platte feiten.

Ze hebben een diepere betekenis, en verwijzen naar een andere, grotere werkelijkheid.

In de bijbel moet je dus nooit op het eerste gezicht afgaan, want er blijkt ook een tweede kijk mogelijk, en misschien nog wel een derde of een vierde.

Je kunt je er bijna nooit van afmaken met: er staat....

Het was de eindeloze vraag van m'n catechisanten, en niet alleen van hen: Is dat echt zo gebeurd?

Alsof de bijbel een soort objectief rationeel verslag zou zijn van feiten en gebeurtenissen.

Als dat al mogelijk zou zijn, de bijbel is dat in elk geval niet.

De bijbel geeft veelal een bewogen verhaal van wat de verteller met de hand op z'n hart als waarheid belijdt. En het enige doel van de verteller is dat de hoorder de verkondigde waarheid ook in z'n hart sluit.

Welk teken toon je ons, dat je dit doet?

Misschien ook vragen ze toch wel een soort legitimatie van Jezus. Mag je dit doen.

En dan komt er een verrassende wending in het verhaal.

Breek de tempel af en ik zal hem in drie dagen doen herrijzen.

Johannes gebruikt een soort literaire methode om de woorden van Jezus uit te leggen.

De vragenstellers begrijpen het niet, en dan wordt het nogmaals verduidelijkt.

het is een manier om iets twee keer te kunnen zeggen.

In het verhaal van Nicodemus komt ook zo'n misverstand voor, waardoor het gezegde meer nadruk krijgt.

De zesenveertig jaar waarover gesproken wordt zou een verwijzing kunnen zijn naar de mens, want het is de getalswaarde van het Hebreeuwse woord voor mens, adam.

Deze tempel is een menselijk bouwsel.

Als Jezus echter spreekt over de tempel van zijn lichaam, dan krijgt dat alles een andere, en ook diepere betekenis.

En dát is een patroon dat je door het hele Johannes evangelie kunt herkennen:

Al die feesten, en al die rituelen die daarbij gebruikt worden, niet in de laatste plaats in de tempel van Jeruzalem, worden door Johannes op Jezus toegepast, overgedragen.

Alles concentreert zich in deze Messiaanse Mens.

Als op het Loofhuttenfeest water en wijn een rol spelen, zegt Jezus: Ik ben het levende water, Ik ben de ware wijnstok.

En het Chanoekafeest met z'n lichtjeswonder, wordt door Jezus belichaamd: Ik ben het licht der wereld.

Het brood van de Seidertafel is het Brood des Levens.

En het lam dat in de tempel met Pasen geslacht werd, wordt het Lam Gods, dat de dood overwint.

Al die feesten die in de tempel van Jeruzalem gevierd worden, en die daarin heel de betekenis van Wet en Profeten vertegenwoordigen. Feesten die steeds weer en steeds weer opnieuw, bij elke viering, getuigen van Gods hoede en zegen over Israël, én over de volken. Alle gedachtenis aan Uittocht en bevrijding, wetgeving op de Sinaï, de weg naar het beloofde land waarheen God ons thuisbrengt, alle verdriet maar vooral ook vreugde worden door het jaar heen gevierd.

En dat alles balt zich als het ware samen, zo vertelt Johannes, in deze Zoon van Israël, deze koning onze dromen, dit vleesgeworden Woord van God. Ik ben de weg, de waarheid en het leven.

Zo wil Johannes duidelijk maken waarmee hij zijn evangelie als een geloofsbelijdenis opent:

het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.

Die belichaming van heel de joodse Schrift en Traditie tilt de betekenis van de tempel en Jeruzalem als het ware op een hoger vlak.

Het is niet meer gebonden aan die plaats daar, op die berg Sion, in die tempel.

Zoals ook de rabbijnen zeggen: God is niet per se in een tempel of synagoge of een bepaalde plaats. God is daar waar je Hem binnenlaat.

Dat wil niet zeggen dat de tempel door Jezus als overbodig werd beschouwd.

Het is een immens verdriet van heel het joodse volk geweest dat in de eerste eeuw de tempel werd verwoest door de Romeinen, en sindsdien nooit meer herbouwd is. Het is het beeld van de verwoesting door de eeuwen heen van zoveel joodse mensen. Als ooit het woord genocide gebruikt moet worden dan die op het joodse volk, door alle eeuwen heen.

Toen de tempel was verwoest, en het later de Joden zelfs verboden werd een voet in Jeruzalem te zetten, toen namen de gebeden de plaats van de offers in, en werden in de synagogen de schriften geleerd. En nergens wordt zoveel gevierd als in het joodse gezin.

Zo is ook het vleesgeworden woord uitgewaaierd over heel de wereld.

Vervuld van alle feesten van Israël is door Jezus het heil ook aan alle volken bekend geworden.

Het heil wordt ons in de mond gelegd,

opdat wij woorden van vrede spreken,

opdat wij daden van liefde doen.

Want ook wij weten door Jezus Christus onze Heer, dat God de mensen thuisbrengt.

amen